Het sprookjesbos
Het donkere, donkere, donkergroene SPROOKJESBOS
Het SPROOKJESBOS is een bos dat zich uitstrekt van west naar oost.
Het is een dicht bijna ondoordringbaar zeer donkergroen bos.
Bij betreden zag ik een fel rood kapje tegen het groen.
ROODKAPJE
In het bos liep Roodkapje met een mandje cantharellen te zoeken en natuurlijk ook bosbessen en beukennootjes. Naast haar liep de wolf die vroeg: zeg, Roodkapje ga je naar Grootmoeder?
Nee, wolf, grootmoeder is dood.
Waar ga je dan naar toe, vroeg Wolf?
Ik zwerf wat door de wereld, zei Roodkapje.
Wat zie jij er rafelig en grijs uit Wolf.
Ja, ik word een dagje ouder, zei Wolf en dat avontuur met je grootmoeder heeft me ook geen goed gedaan; vandaar.
Ook vonden zij een paddestoel eekhoorntjesbrood genoemd....
maar waar zijn de eekhoorntjes?
Eekhoorntjes houden niet van wolven, Wolf.
Wolf, zei Roodkapje, ik ben naar school geweest en daar heb ik een heleboel geleerd en gehoord natuurlijk. Als je nu nog een tijdje met me oploopt, vertel ik je het verhaal van Boemibol, De koning van Thailand.
KONING BOEMIBOL
Bhumibol Adulyadej is koning van Thailand en al 83 jaar en hij zit nog steeds op zijn troon.
Hij is de rijkste koning van heel de wereld en als koning heet hij Rama de IXe en wat hij met al die rijkdommen doet, Wolf, ik weet het niet.
Hij is geboren in Amerika, je weet wel, dat land hier ver vandaan. Het land ten oosten van dit grote SPROOKJESBOS... dan moet je over de Beringstraat, met een bootje en dan is het nog heel ver.
Hoe zijn moeder daar kwam, dat weet ik niet....dan gaat ie naar school in Zwitserland.
Zwitserland, zegt Wolf? Ja, Zwitserland, dat land met die hoge bergen met daarop altijd sneeuw; ook als het zomer is, zegt Wolf. Ja, ook als het zomer is....
Stil eens, zegt Roodkapje, ik hoor wat.........shriek, shriek....het geluid komt daar vandaan, daar boven uit die hoge spar, die zo lekker ruikt en kijk, ik zie een eekhoorntje.
Maar goed, als Boemibol, spreek uit: boemipon, terug is in Thailand is het al 1946.
Nou, zegt Wolf, weet je Roodkapje, ik ken ook een verhaal.
Dat gaat over een ver familielid van mij, de sledehond en die woont daar waar er geen bomen groeien en geen gras is, maar waar het hele land bestaat uit ijs en sneeuw en een koude blauwe hele grote, immens grote ijskoude blauwer dan blauwe zee. Dat is de Witte Wereld.
DE WITTE WERELD
De witte wereld is helemaal wit; geen grassprietje zal je er tegenkomen. Dus je hoeft nooit te wieden, Roodkapje.
Er wonen ijsberen, zeehonden, geloof ik en sledehonden. Sledehonden lijken erg op mij,zegt Wolf.
Maar ja als er sprake is van een slede, wel dan wonen daar dus blijkbaar mensen.
Mensen, die die honden tegen vergoeding voor voer, gebruiken voor hun sleden, waar ze mee over de ijsvlakten roetsjen... tja, weet je Roodkapje, ik ben toch liever een vrije Wolf; ik heb tenminste mijn ziel niet verkocht aan de mensen. Maar goed... die mensen zien er een beetje uit als de mensen die in Mongoliƫ wonen, maar daar later meer over.... je weet wel, een gelige donkere huidskleur... ja, dat komt van de daar bijna altijd schijnende zon en die mensen noemen zichzelf Eskimo's en hun kleren zijn gemaakt van huiden van zeehonden en, je gelooft het bijna niet, ze wonen in ronde huizen van bevroren sneeuw - iglo's-.
Is dat niet erg koud dan, Wolf?
Blijkbaar niet.
Weet je Roodkapje, wat mij ook niet echt fijn lijkt, is dat het 's winters overdag niet echt licht wordt en zomers wordt het 's nachts niet donker.
Hm, zegt Roodkapje, ik zou erover denken om maar te gaan zoeken naar betere woonoorden met een milder klimaat, maar, hoe weet jij dat eigenlijk?
Wel dat verre familielid, die mailde me het een en ander vanaf zijn I Pad.
Weet je, ze hebben daar ook Noorderlicht... dan is de lucht helemaal rood.
Nou zeg, weet je Wolf, dat ze in Groningen ook Noorderlicht hebben. Ach ik ben een beetje in de war, Wolf, daar in Groningen hebben ze in het Noorderplantsoen Noorderzon, allemaal theater.
Groningen, zegt Wolf, waar is dat nou weer? Ik dacht dat je dit grote donkergroene SPROOKJESBOS nog nooit uit geweest bent.
maar daar later meer over.
over dennennaalden en krakende takjes en zacht groen mos gaan zij en af en toe zie je tussen de stammen van al die bomen een heel klein beetje licht en soms ook een stukje van de horizon.... heel soms.
Mijn mandje is vol, Wolf; ik ga nu naar huis. Naar huis, zegt Wolf, dan moet je toch weer naar de rand van het grote donkere groene SPROOKJESBOS.
Weet je Wolf, sinds grootmoeder dood en begraven is, woon ik in haar huisje; nog zo'n kwartiertje te gaan.
Jam moet ik maken van de blauwe bosbes en de beukennootjes moet ik pellen en roosteren en zouten. Het valt niet mee om op eigen benen te staan.
Dag Wolf, ik ga. Alleen het rood van het kapje van Roodkapje ziet hij tussen het groen van de bladeren van de bomen langzaam verdwijnen.
Wat zou ze met die cantharellen doen, denkt Wolf, maar, ja... wellicht is het toch iets voor mij, al eet ik alleen maar vlees, bij een lekker sudderlapje en dan gaat Wolf het bos weer in op zoek naar...... wellicht naar de cantharel.
WOLVEN HUILEN
Wolf onderhield contact met zijn soortgenoten en verre familie in Europa - dat ligt natuurlijk ook in het donkergroene SPROOKJESBOS - en ver daarbuiten tot aan de Beringstraat .....
Tja, de woestijnvolkeren zijn zich ook al maanden aan het bevrijden dacht Wolf... twitteren en internet hebben zo zijn voordelen en let wel op de camera op het mobieltje; wat een machtig wapen.
Hij klopte aan de deur van Roodkapjes huisje; het rook naar bosbes..... dag Roodkapje, ik heb wat cantharellen voor je; ik ga op reis, weet je; het wordt tijd dat ik de sledehond ga bevrijden van zijn juk.... tenslotte zijn wij, wolven met velen verspreid over grote delen van de wereld, we kunnen hele einden sjouwen en dus ga ik kijken of ik een troep kan verzamelen. Een leger tot subordinatie. Tot later.
WOLF in LONDON
In Londen, je kunt het geloven of niet, ja, daar woonde Wolfs vader. Als verstekeling aan boord vertrok hij eens in een vrachtwagen bij de boot in Calais... Op zoek naar zijn familie daar.
Finsbury Park,daar leefde hij en 's nachts in het donkere, donkere donkergroene SPROOKJESBOS hoorde Wolf door het huilen van de wolven, dat weerklonk ver over de zee, dat zijn vader was gestorven. De kleine rode Vos, die vlak bij Finsbury Park woonde, was de brenger van dit bericht.
Kleine Rode Vos woonde langs een spoorrail in een hol achter een tuin midden in die grote stad.
Wolf nam alle vier zijn poten en liep naar de rand van het donkergroene SPROOKJESBOS naar Het Kanaal. Wat was het daar licht, hoewel het zacht regende en wat veel boten voeren daar voorbij. Wolf zat hoog boven op de krijtrotsen en huilde.....
Jonas, de Walvis die net het Kanaal door zwom, keek omhoog en zag daar boven Wolf zitten......
Wolf zei hij wat doe je hier, je hoort hier niet te zijn.
Weet je Jonas, ik wil graag naar de overkant; Oude Wolf is dood.
Wel, zei Jonas, ik geef je een lift, kom maar naar beneden.... maar ik kan je alleen maar op mijn rug nemen als het hoog water is. Dus zal je wel een stukje moeten zwemmen.
Ik kom naar beneden, Jo en dan wacht ik tot het vloed is.